LEZEN

taal.JPG
Begrijpend lezen: scholen vroeger en nu.

Lees aandachtig de tekst en los de vragen op.

Scholen vroeger en nu

Wij hebben een leuke klas, mooie banken, veel licht en lucht.
Wanneer het koud is, zetten we de verwarming aan.
We hebben boeken, schriften en schrijfgerei.
En wanneer je voor je kijkt staat daar de juf of meester aan het bord.
Maar zo is het niet altijd geweest.


Lang geleden konden kinderen niet naar school. Moeder en vader leerden hen alles wat ze nodig hadden om te overleven. De jongens gingen met vader mee jagen. Ze leerden zo de dieren kennen, hun sporen volgen, strikken uitzetten, mikken … kortom ze werden volleerde jagers.
De meisjes hielpen moeder. Ze leerden in het huishouden te werken: brood bakken, koken, spinnen en weven.
jagers.jpg
Toen de Romeinen hier de baas waren is er heel wat veranderd. Romeinse kinderen konden meestal lezen en schrijven. Dat leerden ze thuis van een leermeester. Huisonderricht noem je dat. De bewoners van ons land, die het konden betalen, namen ook een leermeester in dienst om hun kinderen Latijn te leren. Ze schreven niet op papier met pen en inkt zoals wij. Ze krasten met een puntige stift in wassen bordjes.
romeinen.jpg
In de kloosters leerden later ook enkele kinderen lezen en schrijven. De ridders vonden dat best voor monniken, maar zij of hun kinderen hadden al die kennis niet nodig. Voor ridders was het veel belangrijker dat je met een zwaard kon vechten en dat leerde je niet in boeken. Kinderen die monnik wilden worden, kregen les in de kloosterscholen. Graag namen de ridders zo’n geleerde man in dienst. Die kon dan hun heldendaden optekenen.
kloosterscholen.jpg
Toen Karel De Grote, een verstandige koning en keizer, regeerde, kwam er verandering. Op verschillende plaatsen, zelfs in zijn paleis, liet hij scholen oprichten. Hij stelde geleerden aan om daar les te geven. Ook de kloosterscholen namen nu meer leerlingen aan.
Maar de klas van toen was heel anders dan een klas van nu. De kinderen zaten samen in kleine kamertjes. Stoelen of banken waren er meestal niet. Ze zaten gewoon op de grond of op een bussel stro. Boeken en schriften? Dat kenden die kinderen niet. De boeken waren toen veel te duur en te zeldzaam.
Een boek in die tijd bestond uit vellen leer met de hand geschreven en gebonden in een stevige band. Aan één boek werkte een monnik soms zijn hele leven. Daarom werden de boeken zorgvuldig opgeborgen in de bibliotheek van het klooster.
boek.jpg
Toen de mensen geleerd hadden boeken op papier te drukken, kwamen er ook meer scholen. Een grootvader vertelde eens dat ze in zijn kinderjaren soms met tachtig in één klas zaten. Vooral in de winter, want dan was er geen werk op het veld en kon men de kinderen niet gebruiken. In de zomer zaten ze in diezelfde klas soms met enkele leerlingen. Kinderen werden nog niet verplicht om naar school te gaan. In die tijd kregen de kinderen wat geld mee naar school om de meester te betalen.
klasfoto.jpg
Pas na Wereldoorlog I is de leerplicht ingevoerd. In 1914 werd de wet goedgekeurd, maar door de oorlog werd ze pas in 1920 echt nageleefd. Nu moeten alle kinderen tot tenminste 18 jaar naar school. Vanaf 16 jaar kan je ook deeltijds naar school en deeltijds werken.
school nu.jpg

 
Scholengroep Rivierenland
Lindestraat 123A
2880 BORNEM
E-mail: info@openleerhuis.be