TAALBESCHOUWING

taal.JPG
pv in de verleden tijd

De infinitief staat tussen haakjes. Noteer in het witte vak de verleden tijd van dit werkwoord.
Zoek wel eerst het onderwerp!
De meeste werkwoorden gebruiken we al jaren in onze spreektaal.
Hij (komen) langs de achterdeur binnen.
Ik (stappen) meteen naar de directeur.
Wat een geluk dat hij de juiste afslag (nemen).
Raf Coppens (gaan) met zijn broer naar de noordpool.
Gisteren (spelen) ik gitaar op het verjaardagsfeestje van Glenn.
Tijdens het nieuwjaarsfeest (eten) ik voor het eerst een oester.
Marleentje (zijn) echt gelukkig met haar nieuwe jas.
Ik (sturen) een grappig kaartje naar grootvader. gitaar.gif
Het (sneeuwen) de hele dag.
De voetballer (zakken) door zijn knie.
Maar zijn ploeg (winnen) wel de wedstrijd.
Scholengroep Rivierenland
Lindestraat 123A
2880 BORNEM
E-mail: info@openleerhuis.be