WO - Tijd

WOTijd.JPG
Over de buurt vroeger en nu

Lees aandachtig de tekst en zet daarna de zinnetjes bij de juiste periode.

Frans is geboren in 1921. Hij vertelt graag over vroeger. Dit is wat hij vertelt over...

... de jaren 1920 tot 1940
Ik woonde met mijn ouders, broers en zussen in een volksbuurt in de stad. Moeder had de handen vol met het huishouden. Eenmaal per week deed ze de was. Dat duurde bijna een hele dag. Er waren nog geen wasmachines, maar bijna alle huizen hadden elektrisch licht. Ik speelde samen met mijn vriendjes op de straat. Veel auto's waren er niet. We voetbalden, maar niet altijd met een bal. Als er geen bal te vinden was, gebruikten we de dop van een fles of een steentje. Elke dag deed ik boodschappen voor moeder. In de buurt waren wel vijf kruidenierswinkels, heel wat slagerijen en verschillende bakkerijen. Elke dag kwam de melkman aan huis met paard en kar. We gingen niet op reis. Alleen de rijkelui deden dat. Met de stoomtram of met hun eigen auto over de hobbelige kasseien. Het was een hele gebeurtenis als je een vliegtuig zag. Wie een radio had, kreeg veel volk over de vloer. Onze buurman, een kolenhandelaar, had er één. Wij gingen af en toe eens luisteren. We zaten met ingehouden adem bij dat reuzegrote toestel.
In de stad zag je af en toe een bord met de aankondiging van een film. De fotografie en de film maakten opgang. Mensen lachten zich te pletter met Charlie Chaplin. Omstreeks 1930 had vader geen werk meer. Ik zag veel werklozen op straat betogen. Er was een crisis, zeiden de mensen. Het ging niet goed in onze buurt.
melkkar.jpg

... de jaren 1940 tot 1950
Op 10 mei 1940 vielen de Duitsers ons land binnen. Samen met duizenden andere vluchtelingen trok ik per fiets naar Frankrijk. Ik zou soldaat worden, maar het was vergeefse moeite. Na 18 dagen was ons leger verslagen en begon de bezetting van ons land. Het duurde ruim vier jaar. Al die tijd was er niet genoeg voedsel, kleding en brandstof. In onze buurt vielen bommen. Huizen werden vernield en mensen gedood. Wij schuilden in de kelder. 's Avonds mocht niemand op straat en werd het licht gedempt. Ik moest, met andere mannen, in Duitsland in een fabriek werken. Op 8 mei 1945 gaven de Duitsers zich over. Voor mij was dit een echte bevrijding! Geleidelijk zag je weer koopwaar in de winkels. Huizen werden weer opgebouwd. Onze buurt was een groot bouwwerf. De legervoertuigen waren verdwenen, er reden opnieuw gewone auto's. Ze zagen er kleiner uit dan vroeger. Ze waren nu ook voor de gewone mensen. Toch duurde het nog een tijd eer ik er één kocht.
soldaat.jpg

... de jaren 1950 tot 1960
Mensen kregen het steeds beter en verdienden meer geld. We lieten een mooi huis bouwen met een kamer voor elk van onze kinderen. En we hadden een badkamer! Er was ook centrale verwarming. Gedaan met die vervelende kolen. We kochten niet alles meer in de buurtwinkels. Af en toe gingen we naar het warenhuis. Je had er enkele in de stad. Je zag ook de eerste flatgebouwen. Zeer hoog waren ze nog niet. En je raadt het nooit... we kochten een auto. We reden af en toe over de pas aangelegde autoweg van Brussel naar de kust. De kinderen die nog op straat speelden, moesten meer en meer uitkijken voor het verkeer. Op de daken verschenen tv-antennes. Wij hadden nog geen tv-toestel, maar we mochten bij oom kijken. Het waren gezellige avonden.
tv.jpg

... de jaren 1960 tot 1980
Na 1960 zag je steeds meer flatgebouwen in de stad. Ze werden ook steeds hoger. Er werd veel glas en beton gebruikt. Elke flat had een lift en de kamers werden gerieflijk ingericht. Bijna elk huis had een ingerichte keuken. In de wijken rond de stad zag je leuke volkswoningen met mooie tuinen. De rijksten bouwden er villa's. Kinderen bleven vaker op school eten. Dat kwam omdat vader én moeder uit werken gingen. Na schooltijd moesten de kinderen door de grootouders of door een dagmoeder opgevangen worden. De welvaart steeg. Buiten de stad werden de eerste industrieterreinen aangelegd. Warenhuizen verdrongen langzaam de meeste buurtwinkels. In de winkelstraten, in het centrum van de stad, mochten enkel nog voetgangers komen. Het werd bijna onmogelijk voor de kinderen om op straat te spelen. Als je tijdens het weekend naar de kust wilde, kon je wel eens in een file terechtkomen, maar dat duurde niet zo lang. De auto was de koning van de weg. De wegen werden steeds breder en er werden veel autowegen aangelegd. Ongevallen bleven niet uit. Men verplichtte de chauffeurs een gordel om te doen. Fiets en paard verdwenen uit het straatbeeld. De welvaart werd omstreeks 1975 een halt toegeroepen. Er ontstond grote werkloosheid. Rijen mensen stonden te wachten op hun stempel voor het stempellokaal. Het was crisis, een periode waar het minder goed ging.
1970.jpg

...nu
Mijn buurman heeft altijd in de stad gewoond, maar onlangs trok hij naar het platteland. De lucht in de stad is niet meer zuiver, zegt hij. Er is inderdaad veel vervuiling. Vissen sterven in de rivieren, de lucht wordt vervuild door de fabrieken en de auto's. In de stad is het altijd druk en lawaaierig. Geen wonder dat de mensen de stad ontvluchten.
Winkels en kleine warenhuizen verliezen klanten omdat er geen parkeerplaatsen zijn in de buurt. Aan de rand van de stad verschijnen heel grote winkelcentra. Veel mensen werken in de stad, maar verliezen uren door in de file te staan. Overal gelden er snelheidsbeperkingen. In woonbuurten remmen verkeersdrempels de snelheid van haastige chauffeurs af. Op straat spelen, is er helemaal niet meer bij. Er bestaan zelfs overdekte speeltuinen.
file.jpg
Mensen trekken naar het platteland om er te wonen.
Na een harde tijd krijgen de mensen het beter: een eigen huis, elektriciteit, ... zelfs een auto!
Er is bijna geen verkeer op straat: je kan er gerust spelen.
Ons land is bezet, veel mensen vluchten.
In de wijken rond de stad worden leuke volkswijken gebouwd, mét een tuin!
Vader werkt in Antwerpen: urenlang in de file staan. Geen pretje!
Buiten de stad worden de eerste industrieterreinen aangelegd.
Hoge flatgebouwen met veel glas en beton duiken op.
Warenhuizen zijn er niet. Ik doe boodschappen in één van de vele buurtwinkels.
We moeten in de kelders schuilen voor de bommen die dag en nacht uit de lucht vallen.
Je ziet meer en meer tv-antennes op de daken van de huizen.
Scholengroep Rivierenland
Lindestraat 123A
2880 BORNEM
E-mail: info@openleerhuis.be